Lessenserie groep 7/8

Les 1: lessenserie over en met boomwhackers

Boomwhackers! 

Doel(en) van de les: 

Doel lessenserie: Aan het einde van de lessenserie hebben de leerlingen kennis gemaakt met boomwhackers, weten ze hoe ze hierop moeten spelen en kunnen de leerlingen in samenwerking met de docent een willekeurig popnummer begeleiden. Dit willen we bereiken met de drie lessen die in het teken staat van boomwhackers, ritme en popmuziek.

Doel les: Aan het einde van de les hebben de leerlingen kennis gemaakt met boomwhackers (hoe bespeel je boomwhackers en ritme. 

Domeinen van muziek binnen de les

Luisteren, spelen, bewegen, improviseren 

Benodigdheden

Boomwhackers (C, D, E, F, G, A, B, C') 

Bronvermelding

Concentratie navigatie en ritmespellen, M. Vulto. 

Inleiding

Vertel de leerlingen dat jullie de komende drie lessen gaan werken met boomwhackers. Hierin is het belangrijk dat er een goede basis is om met de boomwhackers muziek te maken. Daarom krijgen de leerlingen in de eerste les les over boomwhackers en gaan jullie allemaal ritmespelletjes en boomwhackerspelletjes doen.

Pak voor jezelf de boomwhackers C (lage, lange) en G. Begin met het slaan op de eerste tel van een vierkwartsmaat (tel: 1, 2, 3, 4, sla telkens op 1), zing hierbij: Vader Jacob.

Je hebt nu jezelf begeleid met één boomwhacker. Je pakt nu de G erbij en slaat beide tegelijk (weer op de 1e tel) en zingt weer: Vader Jacob. Hiermee laat je zien aan de klas dat je heel makkelijk een lied kunt begeleiden met boomwhackers. (In muzikale termen heet dit een bourdon, een doorlopende kwint). 

Kern

Je hebt in de inleiding laten zien hoe je met een boomwhacker een lied kunt begeleiden. Geef de leerlingen een korte les over wat boomwhackers zijn en hoe je er mee om gaat:

Boomwhackers zijn gekleurde, plastic buizen waar geluid uit komt als je er mee op je handen/benen slaat. Hoe korter de buis, hoe hoger de toon (laat dit horen aan de klas). Je kunt verschillende soorten tonen met boomwhackers maken (C-D-E-F-G-A-B-C'), er bestaan ook andere tonen, maar het verschilt per school welke en hoeveel ze daarvan hebben. Wanneer er een C' staat, wordt er een hoge C gevraagd, dat is de korte, rode staaf).

Hoe bespeel je de boomwhackers? Je pakt de boomwhacker onderaan vast, om de buis heen. Je bedekt de open boven- of onderkant NIET. Vervolgens sla je met de boomwhacker in je hand. Wanneer je met twee boomwhackers tegelijk gaat spelen, kun je ervoor kiezen om deze twee op elkaar te slaan (kruizen) of beide op één bovenbeen te slaan. Maak duidelijk dat je elkaar NIET slaat met de boomwhackers!

Je hebt nu de basis uitgelegd aan de leerlingen. Je kunt nu beginnen met de verschillende spelletjes. Door deze spellen te doen kom je erachter hoe snel ritme op wordt gepakt in de klas en kunnen de leerlingen op spelende wijs leren hoe je met ritme en boomwhackers omgaat.

Zorg ervoor dat er een kring wordt gemaakt met stoelen, waar genoeg ruimte is dat iedereen ook kan staan.

Activiteit 1: Je gaat met alle leerlingen in een kring staan. Vervolgens geef je aan iedereen een boomwhacker. Leg uit dat jullie zo elke keer achter elkaar aan een klap met de boomwhacker geven, je geeft als ware de klap door de hele cirkel rond. Oefen dit een paar keer en kijk als leerkracht of het moeilijker kan. Je kunt het moeilijker maken door de leerlingen aan te sporen om sneller te gaan of er een extra spelelement in te voegen. Wanneer iemand twee keer met de boomwhacker op zijn/haar hand slaat gaat de klap de andere kant van de kring op. Het gaat hier om concentratie. 

Activiteit 3: Deze activiteit gaat over ritme. Jullie gaan allemaal in de kring zitten en jij doet een ritme van vier tellen voor, namelijk twee keer slaan met beide handen op je knieën en twee keer je handen gedraaid met je handpalmen naar boven (boven je knieën, ter hoogte van je navel), knie, knie, open, open. Zorg dat de leerlingen dit ritme met je meedoen. Wanneer het ritme loopt kun je het ritme 'concentratie, navigatie' spreken op het ritme (zie bijgevoegde foto, het gaat om het ritme, niet om de toonhoogte). 

De opdracht die je hierbij kunt geven is om de leerlingen te laten vertellen (op ritme) wat hun naam, hobby, lievelingskleur, lievelingseten, lievelingsland is. Dit doen de leerlingen wanneer de handen 'geopend' zijn, dus de handpalmen naar boven. Voorbeeld: Knie (1), knie (2), ba (3), naan (4). Zo ga je de kring rond. Wanneer je merkt dat het ritme versneld of verlangzaamd wordt, zeg dan opnieuw het ritme van 'concentratie, navigatie'.

Activiteit 5: Je zit in een kring en je leert de leerlingen een aantal bewegingen (klap, knip, stamp, klap op knie). In de kring doe jij eerst een ritme voor in een vierkwartsmaat (tel: 1, 2, 3, 4), de kinderen doen dit na. Ga zo de hele kring rond en laat kinderen zelf een aantal bewegingen op het ritme bedenken. Dit is een stukje improviseren en dit kan voor sommige leerlingen best lastig zijn, zorg ervoor dat je de leerlingen ook de tijd krijgen om wat te bedenken. Vinden ze het dan nog steeds lastig? Geef voorbeelden of laat ze gewoon vier keer klappen.

Activiteit 6: Laat alle leerlingen op een rij staan, iedereen heeft een boomwhacker op de juiste volgorde van de toonladder (C-D-E-F-G-A-B-C').     Er is één leerling die de andere leerlingen 'aan' zet door ze aan te wijzen/aan te raken (kijk zelf wat het beste bij jouw klas past) en zo laten verschillende leerlingen hun klanken horen en kun je de leerlingen er mee laten spelen. Je kunt het ook weer in twee groepen doen, zo zijn er meer leerlingen bezig met muziek.

Misschien is er een muzikale leerling die de andere leerlingen zelfs een liedje kan laten spelen. Anders is hier een voorbeeld die je voor een leerling op een briefje kunt schrijven (Vader Jacob). => 

Activiteit 2: Deel de groep op in ongeveer groepjes van 10 en geef iedereen een boomwhacker. De opdracht is om op volgorde te staan van lage tonen naar hoge tonen. Dit doet het groepje door te luisteren naar eigen- en andermans klanken van de boomwhackers. Geef de leerlingen voor de eerste ronde zoveel tijd als ze nodig hebben (ongeveer 2,5 minuut). Het zal je opvallen dat de leerlingen veel gaan overleggen en dat één iemand de leiding neemt. In de tweede ronde wissel je een aantal boomwhackers met andere boomwhackers, zodat het niet dezelfde volgorde van leerlingen zal zijn en geef je de opdracht dat ze niet mogen praten, maar natuurlijk wel de toon mogen slaan met de boomwhackers. Lukt dit ook? Je kunt er ook een wedstrijd van maken, welke groep heeft als eerste de tonen van laag naar hoog?

Activiteit 4: Je staat met de leerlingen in de kring. Weer ga je met ritme bezig, want voor de eind les van de boomwhackers is het erg belangrijk dat de leerlingen verstand hebben van ritme. Tel met de leerlingen in een vierkwartsmaat (tel: 1, 2, 3, 4, 1, 2, 3, 4 etc.). Tijdens het tellen maak je de Basic Step: linkervoet zet je een stap op je plek (tel 1), rechtervoet stap je naar voren (tel 2), linkervoet zet je weer een stap op je plek (tel 3) en rechtervoet gaat weer naar de eigen plek (tel 4). Zo zorg je voor een vast ritme en dit blijf je herhalen. Zet het nummer 'Have It All - Jason Mraz' op en gebruik de Basic Step om het ritme te voelen.

Activiteit 7: Bij deze activiteit zijn de boomwhackers weer nodig. Verdeel de groep in tweeën en laat de beide groepen op een rij staan met de ruggen tegen elkaar aan. Geef van alle boomwhackers twee dezelfde aan twee verschillende leerlingen (ene rij en de andere rij), je hebt dus verschillende koppels met dezelfde toon in klas. Laat de voorste in de rij zijn/haar toon spelen en laat de andere rij uitzoeken welke toon daarbij hoort (C zoekt C, D zoekt D etc). Dit doe je door de leerlingen in de rij om en om te laten slaan en zo erachter te komen welke de juiste is.

Afsluiting

De leerlingen hebben door middel van allemaal activiteiten geleerd over ritme en boomwhackers. Dit gaf een voorbereiding op de volgende lessen, waarbij je bezig gaat met het begeleiden van popmuziek en het spelen van bekende deuntjes.

Sluit af met een nummer wat aansluit bij de belevingswereld van de leerlingen (anno 2019, denk aan Old Town Road, Duurt te lang of IJskoud). Je kunt kijken welke nummers in de top 40 staan en qua taalgebruik ook toepasselijk zijn. Wanneer je als leerkracht zelf een muziekinstrument kunt spelen, begeleid de leerlingen dan zelf. Kies er anders voor om het lied aan te zetten met de songtekst op het bord.

Overige opmerkingen/dingen waar je als leerkracht op moet letten

Let erop dat alle leerlingen zorgvuldig met de boomwhackers omgaan. Uit ervaring wordt gesproken dat leerlingen het erg leuk vinden om met boomwhackers muziek te maken en al snel niet kunnen wachten om de verschillende tonen te laten horen. Spreek daarom van de voren met de leerlingen een teken af wat voor iedereen duidelijk is dat het stil moet zijn. Let er ook op hoe de leerlingen de boomwhackers gebruiken, in de les lees je hoe je het beste de uitleg van de boomwhackers kunt doen.

Wanneer het voor de leerlingen lastig is om het ritme aan te houden, laat ze dan hardop meetellen en laat ze het ritme voelen!